Limburgse fruittelers kunnen, net als hun collega’s in diverse andere provincies, voorlopig rekenen op een gedeeltelijke schadevergoeding bij schade veroorzaakt door mezen. Dat is beslist door de Raad van State. Daarmee kiest deze instantie de middenweg.

Sinds enkele jaren oordelen de provincies over het uitkeren van een vergoeding na schade door vogels als mezen. Die provincies besloten vervolgens de schaderegeling in enkele jaren tijd volledig af te bouwen, van 60 % via 30 % naar niets. Met als reden dat met name de teelt van Conference-peren sterk was toegenomen en er dus ook meer schadeverzoeken zouden komen. Bovendien vinden de provincies dat fruittelers allerlei middelen hebben, zoals hagelnetten en vogelnetten, om schade te voorkomen.

Eerder besloot de rechtbank in Arnhem de redenering van 24 telers te volgen dat de genoemde middelen niet effectief genoeg zijn en dat ook andere aspecten van schadebeperking niet voldoende zijn onderzocht. Na hoger beroep door de provincies is de Raad van State tot dezelfde conclusie gekomen. Daardoor blijft de regeling overeind, maar in aangepaste vorm. De Raad vindt dat 60% van de schade moet worden vergoed. Als de provincies minder schadevergoeding willen geven dan 60%, zal dat per geval bekeken moeten worden en is een goede onderbouwing vereist.