Rapport Daelzicht: geen fraude wel gebrek aan kritisch vermogen, doelmatige bedrijfsvoering

Naar aanleiding van berichten in de media over (en de onrust rondom) Daelzicht verstrekte zij in mei van dit jaar opdracht aan Integis om ‘onderzoek te doen naar de aard, omvang en frequentie van mogelijke onregelmatigheden bij veertien uiteenlopende objecten van onderzoek’, veelal gerelateerd aan vastgoed.

De voormalige Raad van Bestuur (RvB) hanteerde het beleid stafafdelingen en ondersteunende diensten zo klein mogelijk te maken, met als gevolg een (toenemende) inzet van externe partijen. Veel van de opdrachten voor projectleiderschap en de uitvoering van vastgoedprojecten werden verstrekt aan dezelfde (onder)aannemer(s). Uit het onderzoek blijkt dat er sprake was van vermenging van functies en taken bij de wijze waarop de inzet van die externe partijen plaatsvond. Ook is er sprake van gebrek aan inherent kritisch vermogen binnen de organisatie met als gevolg dat de bedrijfsvoering niet doelmatig was ingericht. Dit bleek bijvoorbeeld uit het feit dat bij het verstrekken van opdrachten geen concurrerende offertes werden opgevraagd.

Daarnaast stellen de onderzoekers vast dat Daelzicht op onderdelen onvoldoende transparant is geweest. Er zijn bijvoorbeeld mondelinge opdrachten verstrekt zonder formele instemming van de RvB en vastleggingen daarvan. In strijd met het archiveringsbeleid is het dossier van het vastgoedobject in Swalmen vernietigd. Daelzicht heeft als verkoper onzorgvuldig gehandeld. De koper van het pand valt geen verwijten te maken.

Wat betreft de ‘Vrienden van Daelzicht’ is het onderzoeksbureau van mening dat deze in een aparte rechtspersoon zou moeten worden ondergebracht omwille van onafhankelijk toezicht. Er is een relatie aangetoond tussen stortingen van ‘Vrienden van Daelzicht’ en de gerealiseerde omzet door de betreffende ‘Vrienden’, dat tot ongewenste gevolgen kan leiden. Maar er is geen sprake van strijdigheid met het normenkader. Die constatering doen de onderzoekers ook als het gaat om kosten die door de toenmalige bestuurders zijn gemaakt (vergaderlunches, kosten van een auto en internetkosten tijdens vakantie). De onderzoekers is “niet gebleken dat de toenmalige RvB, RvT, managers en staffunctionarissen in deze een actieve kritische houding hebben aangenomen”.

Volgens Nettie Saarloos, interim-bestuurder Daelzicht, geven de bevindingen van het onderzoek duidelijkheid over de gang van zaken rond veertien uiteenlopende onderzoeksobjecten waar veel verwarring over bestond. “Dat inzicht is van belang om de juiste organisatorische maatregelen te kunnen nemen. Met deze bevindingen kunnen we nu, met de onlangs benoemde Raad van Toezicht, goede en heldere afspraken maken en ons richten op de toekomst. Een toekomst die wij met vertrouwen tegemoetzien en waarin de kwaliteit van zorg voor onze cliënten centraal staat.”