Reactie philharmonie zuidnederland op opinie ‘Ondernemerschap in de muziek’

Dr. Stefan Rosu, intendant en bestuurder van philharmonie zuidnederland, heeft door middel van een ingezonden brief gereageerd op de opinie ‘Ondernemerschap in de muziek’. De opinie van Maurice van der Linden verscheen afgelopen dinsdag in WijLimburg Achtergrond en op de website van WijLimburg.

 

Maastricht, 28 september 2017

Ingezonden brief

Geachte heer van der Linden,

In uw opiniestuk van 26 september laat u de lezer weten hoe u tegen de discussie omtrent de subsidie uit Brabant voor philharmonie zuidnederland aankijkt. Anders dan je van een journalist zou verwachten is uw stuk echter op geen enkele wijze op feiten gebaseerd.

Er is namelijk geen enkel symfonieorkest in de wereld dat zich “voor een groot deel zelf” kan verkopen. In Nederland – en veel andere Europese landen – horen de symfonieorkesten tot de publieke taken. Samen met b.v. de politie en de scholen. De philharmonie zuidnederland genereert jaarlijks zo’n 2,2 miljoen euro aan eigen inkomsten. En dat is heel wat gezien het feit dat het orkest niet in een metropool-regio is gevestigd en dat een substantieel aandeel van zijn activiteiten bestaat uit educatie en talentontwikkeling – ook van amateurs.

De return on investment is dan ook maar beperkt in geld uit te drukken. De ROI van philharmonie zuidnederland ligt in culturele munt en zijn sociale betekenis. Een culturele belevenis die je raakt, een bron van inspiratie voor de mens en daarmee een enorm belangrijk aspect in de aantrekkelijkheid van een regio en het vestigingsklimaat. En gelijktijdig iets dat mensen verbindt – over religieuze en levensbeschouwelijke verschillen heen.

De geciteerde uitspraak van Henri Swinkels geeft helemaal geen goed beeld van “hoe het werkelijk zit”. De philharmonie zuidnederland heeft helemaal geen opdracht van de provincie Brabant gehad om de omvang van het orkest terug te brengen. Er is juist in overleg met de provincie overeengekomen, dit niet te doen om aan de doelstellingen van het orkest te kunnen blijven voldoen. En het is door extern onderzoek door Berenschot/ Haenen gebleken, dat de keuze voor één vestigingsplaats het orkest niet efficiënter of goedkoper zou maken.

Met vriendelijke groet

Dr. Stefan Rosu
Intendant en bestuurder

 

Onderstaand de opinie  van dinsdag 26 september.

 

Ondernemerschap in de muziek

Ik moet eerlijk bekennen dat ik wellicht bevooroordeeld ben als het om muziek gaat. Ik heb op de blokfluit na – tijdens mijn studie aan de Pedagogische Academie – nog nooit een instrument in handen gehad. Ik ga naar Pinkpop om vanaf de zijkant mensen te bewonderen, een pint te drinken en eettentjes af te struinen. Als Lara Rense op NPO Radio 1 vol enthousiasme een muzieknummer aankondigt, weet ik dat ik de komende vier minuten meer op het verkeer let dan tijdens een interview van haar met iemand uit de actualiteit.

Eigenlijk mag ik me dan ook niet bemoeien met de discussie die gaande is over de korting van de subsidie aan de philharmonie zuidnederland, de muzikale trots van Limburg en Noord-Brabant. De Brabantse bestuurders zijn voornemens om de subsidie van 2 miljoen euro te korten met 25 procent. Limburg dat jaarlijks 1,75 miljoen ‘doneert’ is woest.

Maar de reactie van gedeputeerde Ger Koopmans, laat zelfs mij als muzikale barbaar niet onberoerd. Ik citeer de woorden van onze provinciale portefeuillehouder van cultuur: ‘Het is ongelooflijk dat een overheid op een plek waar mensen fulltime werken, ineens gaat kijken of daar nog geld voor is. Dat brengt een onzekerheid mee die niet verantwoord is’. Dit lijkt wel vakbondsretoriek.

Hoezo ongelooflijk? Brabants gedeputeerde Henri Swinkels liet vorig jaar december in BN de Stem optekenen hoe het werkelijk zit:
‘Toen het symfonieorkest vier jaar geleden van start ging na de fusie van Het Brabants Orkest en het Limburgs Symfonie Orkest, kreeg het twee opdrachten mee. De eerste was een keuze maken tussen Maastricht en Eindhoven als vestigingsplaats. En de tweede was de omvang terugbrengen van het orkest, toen zo’n 110 man groot. Aan beide opdrachten heeft het orkest nog niet voldaan. Daarom verbinden we nu enkele uitdrukkelijke voorwaarden aan de subsidie, we bouwen als het ware een reserve in. Er moet nu duidelijkheid komen over de vestigingsplaats. En het moet efficiënter. Goedkoper dus. En het orkest zal voor meer eigen inkomsten moeten zorgen, uit sponsoring bijvoorbeeld.’

Ik hou wel van die ondernemersgeest van Swinkels. Zelf (voor een deel) de broek ophouden is toch niet te veel gevraagd? Behalve de 2 miljoen van Brabant en 1,75 miljoen van Limburg, betaalt ook de gemeente Eindhoven (90.000 euro) en Maastricht (200.000 euro). Minister Jet Bussemaker is echter de grootste weldoener met 7 miljoen per jaar.

Nu is cultuur natuurlijk een geweldige verrijking voor de economie. Een goed cultureel aanbod is goed voor het vestigingsklimaat, maar ik zou wel eens willen weten wat de return on investment is van die 10 miljoen per jaar. Een topproduct zoals het philharmonisch orkest moet zich toch (voor een groot deel) zelf kunnen verkopen? En anders moet je de vraag stellen of er wel genoeg vraag is naar het product of dat de broek iets te groot wordt aangemeten? Iets meer ondernemerschap zou mij als muziek in de oren klinken. Misschien wil onze topondernemer André Rieu er eens naar kijken…

Maar nogmaals music was not my first love.

Maurice van der Linden