De bestuursrechter van rechtbank Limburg heeft woensdag de verleende omgevingsvergunning voor het veranderen van een pluimveehouderij uit Baexem in een Livar-varkenshouderij vernietigd. Volgens de rechter was er te weinig onderzoek gedaan naar stankoverlast die nadelige gevolgen zou hebben voor de longpatiënten van een zorginstelling in de directe omgeving.

De pluimveehouder was van plan om op de plek waar nu kippenstallen gevestigd zijn, vijf nieuwe varkensstallen met buitenverblijf te bouwen om daar Livar-varkens te houden. Bij een ‘Livar-varkenshouderij’ is het natuurlijk gedrag en de leefomgeving van het varken van belang en onderscheidt het zich van een reguliere varkenshouderij doordat de varkens een buitenverblijf hebben. Volgens de gemeente Leudal had het plan in vergelijking met de bestaande pluimveehouderij geen belangrijke gevolgen voor het milieu. De pluimveehouder zou met de verandering aan de geldende normen voldoen.

Een in de directe omgeving gevestigde gezondheidszorginstelling voor mensen met chronische aandoeningen, waaronder longziekten als COPD en astma, vreesde echter een forse toename van geuroverlast. Dit zou leiden tot grote gezondheidsklachten bij de patiënten die gebaat zijn bij zuivere lucht en extra gevoelig zijn voor geurhinder.

Volgens de zorginstelling zijn de gevolgen voor de gezondheid onvoldoende in de besluitvorming betrokken. De rechter deelt deze visie en laat weten dat er te weinig onderzoek is gedaan naar de gevolgen van geur voor de gezondheid van longpatiënten. De rechtbank oordeelt dat geurhinder in het belang van de patiënten moet worden meegenomen.Het betreft immers een gezondheidszorginstelling met een zeer specifieke doelgroep van kwetsbare patiënten die juist vanwege de kenmerken van de locatie (bos met zuivere lucht) daar is gevestigd. Dat betekent dat de gemeente nader onderzoek zal moeten doen naar de gevolgen van de varkenshouderij voor de gezondheid.

De gemeente Leudal moet de vergunning daarom opnieuw bekijken, zo oordeelde de rechtbank in Roermond.