Rekenkamer: Maastricht moet culturele instellingen verzelfstandigen

De Rekenkamer Maastricht heeft in 2017 onderzoek gedaan naar de positionering en aansturing van het Theater aan het Vrijthof en de instellingen Centre Céramique, Kumulus en het NHMM. De gemeente Maastricht neemt landelijk gezien een uitzonderingspositie in als het gaat om de positionering van haar culturele instellingen. Het theater en de gefuseerde CC/NHMM/Kumulus-organisatie zijn formeel twee afdelingen binnen de gemeentelijke organisatie. Bijna alle grote gemeenten in Nederland hebben hun culturele instellingen buiten de ambtelijke organisatie geplaatst. De vraag waarom Maastricht in het culturele domein zo afwijkt, was een belangrijk startpunt voor dit onderzoek.

De rekenkamer stelt vast dat het museum, het theater en de bibliotheek een eigen dynamiek hebben, die principieel anders is dan die van gemeentelijke afdelingen. De culturele instellingen in Maastricht bevinden zich, net als zoveel andere culturele organisaties in Nederland, in een turbulente periode. Theatervoorstellingen, tentoonstellingen en educatieve activiteiten moeten publiek zien te trekken op een sterk concurrerende vrijetijdsmarkt. Culturele organisaties moeten meer eigen inkomsten genereren om reductie van cultuursubsidies op te vangen, zeker gezien de forse financiële uitdagingen waarvoor de gemeente Maastricht zich momenteel geplaatst ziet. Sponsoren zijn terughoudend, ook in het huidig economisch klimaat, en cultuurfondsen krimpen en krijgen te maken met steeds meer aanvragers. Kortom: met krimpende cultuurbudgetten, organisatorische uitdagingen en de ambities van de gemeente Maastricht is de verwachting gerechtvaardigd dat de turbulentie in de culturele sector in Maastricht de komende jaren zeker niet minder zal worden.

Voor de instellingen, de politiek en vooral ook de stad zelf is het wenselijk om een sterke, flexibele en slagvaardige culturele infrastructuur te hebben. In deze context adviseert de rekenkamer de gemeenteraad van Maastricht om het vraagstuk van externe verzelfstandiging van het theater en CC/NHMM/Kumulus nadrukkelijk te agenderen. Het verbaast de rekenkamer dat politiek en bestuur in Maastricht hierover nog nooit hebben gesproken. Externe verzelfstandiging van deze culturele instellingen is een optie die in de ogen van de rekenkamer nadrukkelijk moet worden overwogen. Het biedt mogelijkheden om de slagkracht van de culturele instellingen te vergroten en de rollen tussen gemeente en instelling beter te verdelen. Het verlies aan directe zeggenschap kan worden opgevangen door goede afspraken te maken over te leveren prestaties, net zoals dat gebeurt bij andere gesubsidieerde instellingen die subsidie ontvangen zoals de Muziekgieterij en Trajekt.