In Limburg zijn drie regionale proeftuinen ingericht op het gebied van zorgvernieuwing. De resultaten werden gepresenteerd tijdens het symposium ‘Toekomstmuziek in de Anderhalvelijnszorg’. Anderhalvelijnszorg is gericht op het voorkómen van onnodige verwijzingen vanuit de eerstelijns huisartsenzorg naar de tweedelijns specialistische ziekenhuiszorg. Dit kan door een tussenstation in te richten: de anderhalvelijnszorg.

De minister van VWS heeft in 2013 negen regio’s benoemd tot proeftuinen ‘Betere zorg met minder kosten’, waarvan twee in Zuid-Limburg: Blauwe Zorg (regio Maastricht-Heuvelland) en MijnZorg (regio Oostelijke Mijnstreek). Een derde proeftuin, Anders Beter (regio Westelijke Mijnstreek), is daar later aan toegevoegd. In deze proeftuinen vinden verschillende anderhalvelijnsinitiatieven plaats. Hierbij ziet onder meer een specialist uit het ziekenhuis zijn patiënten in een eerstelijnssetting. Streven is dat de zorg laagdrempelig is. Maar ook ‘gepaste zorg’ wordt geboden: op de juiste plaats, voor en door de juiste persoon en voor de juiste prijs.

Dirk Ruwaard, hoogleraar Public Health and Health Care Innovation van Universiteit Maastricht, over de resultaten van de proeftuinen: “We zien dat patiënten tevredener zijn over de kwaliteit van zorg en dat er géén verslechtering van hun gezondheid optreedt.” Verder merkt Ruwaard op dat op basis van de bevindingen tot nu toe gesteld kan worden dat anderhalvelijnszorg de potentie heeft om kosten te besparen. Ongeveer driekwart van de patiënten wordt na een consult bij de specialist in de anderhalvelijnszorg bijvoorbeeld weer terugverwezen naar de huisarts.