UM: Tweederde van oordelen accountants onvoldoende onderbouwd

Tweederde van de oordelen van accountants zijn onvoldoende onderbouwd.

Tot die bevinding komt Therese Grohnert, promovenda aan de Universiteit Maastricht, die de oordelen van 252 auditors onderzocht. Grohnert kreeg de welwillende medewerking van een aantal accountantskantoren en onderzocht op experimentele wijze ruim 400 oordelen. Twee derde daarvan bleek onvoldoende onderbouwd.

Auditors zijn verplicht een oordeel te geven over jaarverslagen die hun klanten aanleveren. Ze stellen zo vast of alle informatie volgens de geldende standaard is opgenomen. Dat oordeel moet stevig onderbouwd zijn met informatie en bewijsmateriaal. De onafhankelijke toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) controleert steekproefsgewijze of dat ook daadwerkelijk gebeurt. Is dat niet het geval, dan kunnen de betreffende accountantskantoren boetes krijgen.

De onderzoekster noemt een gebrek aan kennis en angst als twee oorzaken van de ondermaatse onderbouwingen: “Auditors zijn ontzettend bang na een afgegeven positief oordeel te worden geconfronteerd met dubieuze zaken bij hun klant, zoals fraude of nooit betaalde crediteuren. Waarom dan geen betere onderbouwing? Dat ligt volgens sommige onderzoekers aan de bedrijfscultuur in de wereld van accounting. Door tijdsdruk, complexiteit, en de taakverdeling over meerdere hiërarchische niveaus vraag je niet aan een collega of hij even met je wil meekijken. Ook is het moeilijk om toe te geven als je een fout hebt gemaakt: daardoor leg je een afwijkend gegeven niet altijd voor aan je leidinggevende. Daar moet verandering in komen.”

De betrokken auditors zien de boodschap van Grohnert als een eyeopener: er is dus gewoon iets aan te doen.  Alle betrokken kantoren zoeken nu naar mogelijkheden Grohnerts advies over te nemen: meer ruimte voor collegiaal overleg waarin fouten bespreekbaar zijn.