In 2016 werd van alle verplaatsingen van en naar het werk iets meer dan 4 procent geheel te voet afgelegd. Afstanden tot één kilometer gaan voor bijna de helft lopend. Dit meldt het CBS op de derde editie van Wandel naar je Werk-dag op basis van recente cijfers over het verplaatsingsgedrag van inwoners van Nederland.

Het Onderzoek Verplaatsingen in Nederland is een enquête naar het reisgedrag van de Nederlandse bevolking in Nederland. In dit onderzoek wordt aan mensen gevraagd om hun dagelijkse verplaatsingen bij te houden naar plaats van herkomst en bestemming, tijdstip van de verplaatsingen, gebruikte vervoermiddelen en reismotieven (waaronder werk). Dit onderzoek wordt jaarlijks door het CBS uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

In 2016 zijn ruim 114 miljoen verplaatsingen van en naar het werk volledig te voet gemaakt. Dit zijn alle verplaatsingen vanuit huis (woonadres) rechtstreeks naar het werk of van het werk rechtstreeks naar huis. Ook verplaatsingen van een winkel naar het werk, van een lunchafspraak terug naar het werk of verplaatsingen tussen verschillende werklocaties worden hiertoe gerekend. Op een gemiddelde dag vindt 4 procent van de verplaatsingen van en naar het werk volledig te voet plaats. Ter vergelijking: bij 25 procent van de verplaatsingen is de fiets het hoofdvervoermiddel en bij 60 procent de auto.

Afstanden van en naar het werk korter dan 1 kilometer worden het vaakst te voet afgelegd. Bijna de helft van deze verplaatsingen wordt lopend gemaakt, 40 procent gebeurt met de fiets en 9 procent met de auto. Op afstanden tussen 1 en 3,7 kilometer wordt vooral gefietst: zes op de tien verplaatsingen vindt plaats met de fiets als hoofdvervoermiddel, ruim 25 procent gaat met de auto, en nog maar 7 procent volledig te voet. Als de afstand van of naar het werk nog groter is, wordt nauwelijks nog gelopen (minder dan 1 procent). Boven de 15 kilometer worden acht op de tien verplaatsingen van en naar het werk met de auto gemaakt en één op de tien met de trein.