Weert en Lindeboom ruziën voor rechter over huurprijs Poort van Limburg

Het huurcontract tussen de gemeente Weert en de brouwerij Lindeboom is aanleiding voor een rechtszaak geweest. Inzet: op welke grondslag moet de huur berekend worden?

De Gemeente Weert (verhuurder) ging uit van 13,1% van een minimumomzet van € 1.000.000,00. Lindeboom (huurder) stelt dat 13,1 % van de werkelijk behaalde omzet als uitgangspunt dient. De kantonrechter stelt huurder in het gelijk.

De vordering van de gemeente was deze:

-Lindeboom te veroordelen binnen vier weken na betekening van dit vonnis aan de Gemeente beschikbaar te stellen de door de accountant van de exploitant vastgestelde jaaroverzichten van de netto omzet uit verkoop van spijzen, dranken en huuropbrengsten zalenverhuur over de boekjaren 2013, 2014 en 2015 op straffe van een dwangsom van €1.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00,
-Lindeboom te veroordelen tot betaling van:
-€ 179.882,36 aan huur te vermeerderen met de rente ex artikel 6:119a BW vanaf 1 november 2016 tot de dag der algehele betaling,
-€ 45.976,42 aan gebruiksvergoeding te vermeerderen met de rente ex artikel 6:119a BW vanaf 1 november 2016 tot de dag der algehele betaling,
-€ 81.647,45 aan servicekosten te vermeerderen met de rente ex artikel 6:119a BW vanaf 1 november 2016 tot de dag der algehele betaling,
-€ 25.973,32 aan handelsrente, respectievelijk rente over de huur respectievelijk gebruiksvergoeding tot 1 november 2016,
-€ 3.442,40 aan buitengerechtelijke incassokosten te vermeerderen met de rente ex artikel 6:119a BW vanaf 6 april 2016 tot de dag der algehele betaling.
 

Nu de kantonrechter uitgaat van betaling op basis van de daadwerkelijk omzet, verplicht hij Lindeboom de cijfers over te leggen:

“…veroordeelt Lindeboom om binnen drie weken na betekening van dit vonnis aan de Gemeente beschikbaar te stellen het door de accountant van de exploitant vastgestelde jaaroverzicht van de netto omzet uit verkoop van spijzen, dranken en huuropbrengsten zalenverhuur over de boekjaren 2013, 2014 en 2015, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 100.000,00,

…veroordeelt Lindeboom tot betaling van de huurpenningen over de periode van 18 oktober 2013 tot 1 juli 2015, te berekenen aan de hand van de werkelijk behaalde omzet van het zalencentrum en de brasserie zoals die blijkt uit de onder 5.1. genoemde jaaroverzichten vermenigvuldigd met 13,1 % en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de respectievelijke huurtermijnen.”

Lees hier het vonnis