Wijzigingen werk, inkomen en ondernemen per 1 januari

De belangrijkste op het gebied van werk, inkomen en ondernemen zijn:

– De AOW-leeftijd gaat met drie maanden omhoog naar 65 jaar en 9 maanden.
– De belasting gaat van 40,4 procent in de tweede derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting omhoog naar 40,8 procent.
– De berekening verandert van de belasting die betaald moet worden over vermogen. Er zijn dan 3 vermogensschijven. Verder gaat het vermogen waarover geen belasting moet worden betaald omhoog naar 25.000 euro per persoon. Dit was 24.437 euro.
– Werkgevers moeten het volledige minimumloon betalen. Constructies waarbij werkgevers minder dan het hele minimumloon betalen zijn verboden, bijvoorbeeld door maaltijdkosten of verzekeringspremies in te houden op het loon.
– De verdiensten van topfunctionarissen in de (semi)publieke sector die nog onder het overgangsrecht vielen, gaan voor het eerst verplicht naar beneden. Sinds 2015 mogen zij maximaal 100 procent van een ministerssalaris verdienen, maar omdat volgens het overgangsrecht bestaande afspraken vier jaar gerespecteerd worden, moeten de verdiensten in 3 jaar worden teruggebracht naar de norm.
– Kleine bedrijven zijn verplicht de jaarrekening digitaal aan te leveren bij de Kamer van Koophandel (KvK).
– Directeur-grootaandeelhouders (dga’s) van een start-up zijn niet meer verplicht zichzelf een belastbaar loon te geven van 44.000 euro. Ze mogen zich de eerste drie jaar een minimumloon geven. Zo blijft er meer geld over om te investeren in de onderneming.
– Werkgevers kunnen een vergoeding (lage-inkomensvoordeel of LIV) krijgen om langdurig werklozen of mensen met een arbeidsbeperking aan te nemen.

Bron: RTL-Z