Inkeren anno 2018:

In de pers verschijnen met enige regelmaat berichten dat de Belastingdienst informatie vanuit het buitenland ontvangt over aldaar aangehouden vermogen dat niet in de belastingaangiften is verantwoord. Tot 1 januari jl. kon de belastingplichtige die schoon schip wilde maken en alsnog zijn belastingaangiften wilde verbeteren, gebruik maken van de zogenaamde inkeerregeling. Die regeling is met ingang van dit jaar wel versobert, maar kan zeker nog zijn nut bewijzen. Hierna volgt een overzicht.

De nieuwe inkeerregeling met ingang van 2018

In het buitenland aangehouden vermogen(box III)

Voor in het buitenland aangehouden vermogen dat niet is aangegeven, kan niet meer worden ingekeerd. Dat betekent dat het “normale” boeteregime (in beginsel 150% tot maximaal 300%) van de niet betaalde belastingen van toepassing is of dat men strafrechtelijk kan worden vervolgd. Alsnog inkeren kan dan wel tot een lagere boete of straf leiden. Of het ook tot een strafrechtelijke vervolging komt, is afhankelijk van het door de Belastingdienst geleden nadeel. Als het nadeel tenminste € 20.000* bedraagt, zal binnen de Belastingdienst overleg met de boetefraudecoördinator plaatsvinden over het al dan niet strafrechtelijk vervolgen. Bij een nadeel vanaf € 100.000 of bij aanvullende bijzondere omstandigheden, zal altijd overleg plaatsvinden tussen de Belastingdienst, het Openbaar Ministerie en de FIOD over de vraag of de belastingplichtige strafrechtelijk dient te worden vervolgd.

Andere inkomsten (box I en II en overige belastingen)

Voor andere inkomsten blijft de inkeerregeling van toepassing. Dat betekent dat de aangiften van de afgelopen twee jaar boetevrij kunnen worden verbeterd en dat er geen strafrechtelijke vervolging zal plaatsvinden.

Goed nieuws: overgangsregeling van toepassing

De oude inkeerregeling blijft van toepassing op de jaren vóór 2018; dus ook voor in het buitenland aangehouden vermogen (box III)

De oude inkeerregeling blijft van toepassing met betrekking tot aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten worden gedaan. Dat heeft tot gevolg dat de aangiften in de twee meest recente jaren boetevrij kunnen worden gecorrigeerd. Maar dus niet de aangifte IB 2017! Over de oudere jaren is een gematigd boeteregime van toepassing, dit betreft voor Box III inkomsten in beginsel 120% van de nagevorderde belastingen. Daarnaast zal er ten aanzien van deze oudere jaren in beginsel geen strafrechtelijke vervolging plaatsvinden.

Overige aspecten

Er zijn bijzondere aspecten die, naast het vorengaande, in ogenschouw moeten worden genomen bij de advisering inzake een inkeer. Ik noem er hierna enkele.

Wanneer kun je nog inkeren?

Aan die beoordeling is door de nieuwe inkeerregeling niets veranderd: inkeren is alleen mogelijk voordat u weet of moet vermoeden dat de Belastingdienst bekend is of bekend zal worden met de eerdere onjuiste/onvolledige aangiften.

 Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Wees er op bedacht dat het Bureau Financieel Toezicht (“BFT”) van mening is dat er in beginsel een meldingsplicht onder deze wet ontstaat voor adviseurs zodra de belastingplichtige heeft besloten tot inkeren. Voorts stelt het BFT zich op het standpunt dat voor het inkeren ter zake van in het buitenland aangehouden vermogen met betrekking tot de aangiften vanaf het belastingjaar 2017 er onder alle omstandigheden een meldplicht onder deze wet ontstaat. Deze standpunten zijn overigens voor discussie vatbaar. De dienstverlening is dus niet zonder risico voor de accountant en belastingadviseur.

Aandachtspunten heffing

Indien het buitenlandse vermogen is ontstaan uit een aan Nederland toe te rekenen bron (bijvoorbeeld niet aangegeven loon en winst) kan additionele heffing naast de heffing over het buitenlandse (ingekeerde) vermogen, plaatsvinden. Datzelfde kan zich voordoen bij verervingen en schenkingen als bron voor het buitenlandse vermogen.

Derden

Soms kunnen bepaalde te fiscaliseren inkomsten of vermogensbestanddelen betrekking hebben op meerdere personen. Bijvoorbeeld in familieverband (ouders/kinderen), een nalatenschap, een (voormalig) huwelijk. Maar ook zakenpartners, de B.V. en zijn DGA of de VOF en zijn firmanten en de gerechtigden tot familiestichtingen en trusts. Het is van belang alle betrokkenen bij een mogelijke inkeer te betrekken. Er moet naar worden gestreefd dat voor alle betrokkenen gezamenlijk (en gelijktijdig) wordt ingekeerd. Anders kan de inkeer van de één, nare gevolgen hebben voor de ander. Dat spreekt voor zich.

Internationale aspecten

Een inkeer kan leiden tot informatieverstrekking door de Belastingdienst aan de buitenlandse belastingdienst. Het behoeft geen betoog dat hiermee rekening moet worden gehouden en zo nodig tot aanvullende advisering in het buitenland moet leiden, waaronder de eventuele mogelijkheid om aldaar gelijktijdig in te keren.

Inkomsten uit criminele bron

Ambtenaren van de Belastingdienst hebben de bevoegdheid (soms de verplichting) om aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie indien zij wetenschap krijgen van een strafbaar feit. Indien de in te keren inkomens- en vermogensbestanddelen voortvloeien uit criminele activiteiten kan dit tot een dergelijke melding leiden. Een bijzondere afweging is hier op zijn plaats.

Tot slot

Samengevat: de inkeerregeling is nog steeds “alive and kicking”. Dat komt enerzijds doordat voor (grof gezegd) niet-box III inkomsten niets is veranderd en anderzijds door de overgangsregeling.

Mr. E. Rosier

*Berekend over alle jaren tezamen; het Protocol aanmelding en afdoening van fiscale delicten en delicten op het gebied van douane en toeslagen is hier van toepassing.

Andere berichten van Thuis Partners Advocaten: